Gratis Levering aan huis vanaf €29 | Gratis click & collect in de winkel

Veiligheid op en naast de piste

Veiligheid is niet alleen een zaak van regels maar ook van bijkomend materiaal (sterk aan te raden voor wie buiten de pistes skiet).

De 10 verkeersregels van de piste Bovenaan de pagina

(Bron Frans Ministère Jeunesse et Sports)

Ik breng anderen niet in gevaar: De gebruikers van de pistes moeten zich op zulke manier gedragen dat zij andere gebruikers niet in gevaar brengen noch door hun gedrag noch door hun uitrusting
Op elk moment heb ik controle over mijn snelheid: Elke gebruiker van de piste moet zijn snelheid en gedrag aanpassen aan zijn eigen mogelijkheden, aan de toestand van het terrein waarop hij zich bevindt en aan de weersomstandigheden, aan de toestand van de sneeuw en de drukte op de piste.
Iedereen die lager skiet heeft voorrang: Iedere skiër die hoger staat dan de anderen bevindt zich in een positie waarin hij zijn traject kan kiezen. Hij moet zijn keuze zodanig maken dat hij de veiligheid van de andere gebruikers lager op de helling niet in gevaar brengt.
Ik laat voldoende ruimte als ik inhaal: Het inhalen van een andere skiër kan zowel langs de dal- als langs de bergzijde gebeuren, links of rechts. Laat echter altijd voldoende plaats voor de ingehaalde gebruiker om zijn traject veilig uit te voeren.
Bij het starten, het invoegen of het kruisen van een piste kijk ik eerst uit of ik niemand hinder: Bij een stop op de piste of bij het kruisen ervan moet de gebruiker zich ervan vergewissen dat hij noch de gebruikers die van hoger komen noch degene die van lager komen hindert, en dat hij niet voor zichzelf of voor de anderen een gevaar is.
Ik stop niet in het midden van de piste: Elke gebruiker moet vermijden dat hij stopt op plaatsen waar hij hinder veroorzaakt of waar hij niet gezien kan worden. In het geval dat hij valt moet hij zo snel mogelijk de piste weer vrij maken.
Te voet omhoog klimmen of afdalen: Degene die omhoog moet klimmen of te voet wil afdalen, moet de zijkant van de piste kiezen, en ervoor zorgen dat noch hijzelf noch zijn uitrusting een gevaar voor anderen kunnen betekenen.
Respecteren van de aanwijzingen en veiligheidssignalisatie: Ik informeer naar de weersverwachting en de staat van de pistes en van de sneeuw. Ik respecteer de markeringen en de signalisatie
Bijstand: Elke persoon die getuige is van een ongeval of erin is betrokken geraakt, is verplicht hulp te verlenen, door de hulpdiensten te verwittigen of te doen verwittigen.
Desgevallend moet hij op verzoek van de hulpdiensten ter beschikking blijven.
Identificatie: Elke persoon die getuige is van een ongeval of erin is betrokken geraakt, moet zichzelf identificeren;

ARVA, peilstok en schop Bovenaan de pagina

Naast de klassiekers als zonnebrandcrème, zonnebril, helm en bescherming tegen de kou, moeten freeriders of freestylers die in optimaal veilige omstandigheden willen skiën altijd een lawinepieper (ARVA), een peilstok en schop meenemen.
ARVA: een radiozender en -ontvanger die elke skiër bij zich heeft. Tijdens het skiën zendt de lawinepieper permanent uit. In geval van een lawine kunnen omstaanders onmiddellijk beginnen zoeken naar slachtoffers door het toestel om te schakelen naar ontvangen. Als je nog nooit een lawinepieper hebt gebruikt, vraag je uitleg aan een professionele bergsporter: hij kan je tonen hoe je het toestel gebruikt.
Peilstok: Een lawinepieper geeft dan wel aan waar het slachtoffer ligt, maar vertelt niet hoe diep de persoon bedolven is. Met een peilstok kun je nauwkeurig en met zekerheid bepalen waar en hoe diep de skiër ligt.
Schop: wordt gebruikt om zo snel en efficiënt mogelijk te graven om het slachtoffer te bevrijden.
Die drie elementen maken het mogelijk dat je wordt teruggevonden wanneer je bedolven bent geraakt onder een lawine, of om een slachtoffer van een lawine terug te vinden.