Woordenlijst

Basketbal is een technische sport met eigen termen en uitdrukkingen die je moet kennen. Daarom vind je hier een verklarende woordenlijst met de verschillende uitdrukkingen die typisch zijn voor de basketbalsport. De taal van de basketter zal voor jou geen geheimen meer hebben!

Woordenlijst Bovenaan de pagina

Air ball: een gemist schot dat noch de ring noch het bord raakt.


Alley-oop: variant van de slam dunk die erin bestaat dat een speler een pass hoog in de lucht vangt en vervolgens onmiddellijk dunkt, dat wil zeggen de bal rechtstreeks in de ring slaat.


Skyhook: techniek waarbij de speler de verdedigers blokt door zich met het gezicht naar de basket te keren en met de verste hand naar de ring te schieten. Die techniek is echter minder nauwkeurig.


Buzzer beater: schot dat wordt genomen een fractie voordat het eindsignaal klinkt, dat wil zeggen het signaal dat het einde van een kwart of wedstrijd aangeeft.


Cross-over: variant van de dribbel, met een verandering van hand met de bedoeling voorbij een rechtstreekse tegenstander te komen.


Screen: speler die werd aangeduid om een medespeler te beschermen tegen diens tegenstander tijdens een aanvallende fase.


Fadeaway: een schot waarbij de speler die schiet tegelijk naar achteren springt.


Interception: het afpakken van de bal van de tegenstander, ofwel door deze uit zijn handen te nemen (zonder een fout te begaan) ofwel door een slechte pas van de tegenstander te onderscheppen.


Vrije worp: wordt toegekend aan een speler die slachtoffer was van een fout op het ogenblik dat hij schoot.


Lay-up: de bal in de basket gooien zonder dunken, door twee stappen te zetten en op te springen met de bal in de hand voordat de bal de grond raakt.


Travelling foul: overtreding doordat de speler die de bal heeft één of meer stappen zet zonder dribbelen.


Bucket: zone van het veld onder elke basket. Die zone heeft een andere vorm afhankelijk van de instellingen die de competities organiseren.


Rebound: ver- of heroveren van de bal na een gemist schot en voordat de bal de grond raakt.


Slam dunk: meestal dunk genoemd, een actie tijdens het basketbalspel die erin bestaat te scoren en zich daarbij met één of twee handen vast te houden aan de ring. Dunken is een van de meest spectaculaire manieren om te scoren. In andere sporten (tennis, volleybal) wordt spreekt men over smashen om een actie aan te duiden die gelijkaardig is aan dunken.


Swish, swish shot of swisher: een rechtstreeks schot waarbij de bal in de basket gaat zonder de ring of het bord te raken.