Het spel, de regels

Het voetbal kent 17 regels, die worden opgesteld door de International Board. Die regels gelden zowel op een privéterrein als in de finale van de wereldbeker. Heel kort samengevat wordt een voetbalwedstrijd gespeeld tussen twee ploegen van 11 spelers die een bal in het doel van de tegenstander proberen te krijgen, op een rechthoekig veld. De winnende ploeg is degene die de meeste goals kan maken zonder de armen te gebruiken. De basisuitrusting van een speler bestaat uit een shirt, short, kousen, scheenbeschermers en schoenen.

De basisregels van het voetbal Bovenaan de pagina

Enkele belangrijke regels uit het voetbal:


De scheidsrechter: tegen de beslissingen van de scheidsrechter is geen verhaal mogelijk. Hij kan op zijn beslissing terugkomen onmiddellijk na het voorval, voordat het spel wordt hervat.


Speeltijd: een voetbalwedstrijd duurt twee keer 45 minuten, met daartussen een rust van 10 tot 15 minuten. Na elke speelhelft worden verlengingen gespeeld met een duur die overeenstemt met de tijd dat het spel werd stilgelegd voor een vervanging of blessure. 


De bal in het spel: de bal is buiten wanneer hij volledig over de doellijn of zijlijn is gegaan, via de grond of door de lucht. Hij is binnen wanneer hij terugbotst op het speelveld nadat hij een doelpaal, de dwarslat, een hoekschopvlag of zelfs de scheidsrechter heeft geraakt. 


De doelpunten: een doelpunt is gemaakt wanneer de bal volledig over de doellijn is, tussen de doelpalen en onder de dwarslat, op voorwaarde dat hierbij geen enkele overtreding werd begaan. Het team dat de meeste doelpunten scoort, wint. Wanneer beide teams evenveel doelpunten maken of wanneer niet werd gescoord, eindigt de wedstrijd op een gelijkspel. 


Strafschoppen: een strafschop (penalty) wordt toegekend wanneer een speler een overtreding heeft begaan in zijn eigen strafschopgebied. De bal wordt op de strafschopstip gelegd. De keeper blijft op zijn doellijn staan. Alle andere spelers moeten buiten het strafschopgebied staan. Zodra de bal werd getrapt, is de bal in het spel. Degene die de strafschop neemt, mag de bal niet opnieuw trappen zolang deze niet werd geraakt door een andere speler.


Vervangingen: voor de wedstrijd mag elk team een aantal vervangers aanduiden, het aantal daarvan wisselt naargelang de competitie. Tijdens de wedstrijd mogen slechts drie vervangingen plaatsvinden, na akkoord van de scheidsrechter.

De posities Bovenaan de pagina

De keeper:

Dit is de enige speler die de bal met de handen mag aanraken. Hij draagt een outfit in een andere kleur om hem te onderscheiden van de andere spelers. Zijn doelstelling: de schoten van de tegenstander stoppen of afwenden. Keepers moeten soepel zijn om de bal uit alle hoeken van het doel te houden, met hun handen of voeten.


Rechtsachters:

Zij staan op de zijkant van de verdediging en moeten verhinderen dat aanvallers van de tegenstanders voorbij die zone komen.


De voorstopper en de libero:

De voorstopper moet verhinderen dat een spits van de tegenstander de bal heeft of ermee naar voren loopt. De libero is de laatste verdediger, hij moet tussenkomen wanneer een verdediger is voorbijgelopen door een aanvaller.


De verdedigende middenvelders:

Zij moeten de bal veroveren en staan voor hun verdediging.


De aanvallende middenvelders:

Leiden het spel en spelen ballen door aan de aanvallers.


De tweede aanvaller:

Hij ondersteunt de midvoor: draait rond de midvoor om de bal terug te spelen.


De midvoor:

De speler die als middelste speler van de voorhoede is opgesteld: hij moet de doelpunten maken.


De vervangers:

De vervangers moeten klaar zitten om een teamgenoot te vervangen in geval van blessure, vermoeidheid of bij een verandering van tactiek.


De scheidsrechter: ziet erop toe dat alle spelregels worden toegepast. Hij heeft een fluitje en een set kaarten (rode en gele) om spelers die een overtreding begaan te straffen.

Woordenlijst Bovenaan de pagina

Doodleggen: bestaat erin de bal af te remmen om er controle over te krijgen


Zich aanbieden voor de bal: wanneer een speler komt aangelopen om aan te geven dat hij de bal wil


Reservebank: schuilplaats buiten het veld waar de vervangers zitten


Schaarbeweging: schot waarbij beide benen kruisen in de lucht


Gele kaart: eerste waarschuwing van de scheidsrechter


Rode kaart: uitsluiting van een speler


Corner: hoekschop


Aftrap: manier om elke speelhelft te beginnen en ook om de wedstrijd te hernemen na een doelpunt. De bal wordt in het spel gebracht of opnieuw in het spel gebracht op de middenstip.


Stilleggen van de bal: alle hervattingen van het spel waarbij de bal wordt neergelegd om ze uit te voeren (hoekschop, vrije trap ...)


Headtrick: wanneer een speler drie keer scoort in dezelfde wedstrijd


Vrije trap: door de scheidsrechter toegekend aan een team wanneer een speler van het andere team een fout heeft gemaakt of overtreding heeft begaan. 


Verre bal: bestaat erin de bal ver van zijn verdedigingsgebied te trappen onder druk van de tegenstander. 


Dribbelen: de bal met snel opeenvolgende bewegingen van de voeten vooruit drijven


Effect: beweging die de speler meegeeft met de bal om het traject ervan te veranderen


Fout: overtreding van de voetbalregels (bijvoorbeeld: wanneer een speler een andere speler onderuithaalt)


Schijnbeweging: de tegenstander misleiden door te doen alsof je de bal naar de ene richting gaat trappen en hem dan in de andere richting trappen


Buitenspel: een speler staat in buitenspelpositie wanneer hij, wanneer de bal vertrekt, dichter bij de doellijn van de tegenstander bevindt dan de bal en de voorlaatste verdediger. 


Lob: de bal over de tegenstander heen trappen


Bovenhoek: hoek gevormd door de paal en de dwarslat van het doel


Penalty of strafschop: wordt toegekend door de scheidsrechter wanneer een fout werd begaan in het strafschopgebied


Verlengingen: toegevoegde speeltijd aan het eind van een wedstrijd die is geëindigd op gelijkspel, wanneer de competitie vereist dat er een winnaar is


Hakbal: schot met de hiel


Strafschoppenserie: wanneer de twee ploegen gelijk staan na de verlengingen, wordt de wedstrijd beslist met strafschoppen. Vijf spelers van elke ploeg nemen om de beurt een strafschop