Meer weten over surfen

Surfen is "rijden" op de golven, naar het strand toe, rechtopstaand op een board. Het wordt beoefend op stranden met hoge golven of op kleinere golfjes die geschikt zijn voor deze sport. Om te surfen moet je goed je evenwicht kunnen bewaren, veel spierkracht hebben en behendig zijn. De uitrusting van een surfer bestaat uit een wetsuit en een surfboard.

Een beetje geschiedenis Bovenaan de pagina

Waar ligt de oorsprong van deze sport? Hierover is weinig bekend, maar de meeste historici zijn het erover eens dat surfen uit Polynesië afkomstig is.


De eerste die hier melding van zou hebben gemaakt, is Samuel Wallis. Deze Britse zeeman behoorde tot de eerste Europeanen die voet aan land zetten in Tahiti in 1767.


De longboards (lange boards) zijn opvolgers van de eerste gekende boards en stammen uit een lange Hawaiiaanse traditie.


De shortboards (korte boards) verschenen dan weer pas in de jaren 1960-1970 op het toneel.


Vandaag wordt de surfsport beoefend door mensen van alle leeftijden, op de vijf continenten en in minstens 86 landen.

Enkele professionele surfers Bovenaan de pagina

Taj Burrow:

Professioneel Australisch surfer geboren in 1978. Hij is bekend omdat hij de jongste surfer ooit was die het WQS kampioenschap won, in 1996 op 18-jarige leeftijd.
Kelly Slater:

Geboren in 1972 in de Verenigde Staten, wordt beschouwd als de grootste surfer uit de geschiedenis van het wereldkampioenschap surfen.
Michel Bourez:

Frans professioneel surfer, geboren in 1985 in Polynesië. Winnaar van de prestigieuze Hawaiiaanse wedstrijd van Heleiwa, nam deel aan de wereldkampioenschappen surfen.

Typische termen Bovenaan de pagina

Beach break:

strand waar de golven breken op het zand. In tegenstelling tot een Point Break waar de golven breken op de rotsen.
Backside:

surfen op een golfrug.
Bottom turn:

bocht onder aan de golf.
Curl:

hart van de golf.
Rechts:

golf die naar rechts breekt.
Frontside:

surfen met het gezicht naar de golf.
Links:

golf die naar links breekt.
Goofy foot:

linksvoetig.
Regular foot:

rechtsvoetig.
Leash:

koord dat de surfer verbindt met zijn board.
Line up:

zone op zee waar de surfer op een golf wacht.
Piek:

punt waar de golf begint te breken.
Surfspot:

plaats waar surfers surfen.